Voor het schoolexamen ontvangt iedere leerling en examinator digitaal alle regelingen die betrekking
hebben op het schoolexamen (SE) in het examentraject.
De inhoud bestaat uit:
• Tijdsschema
• Toetsen die behoren tot het schoolexamen
• Inhalen en herkansen
• Het Centraal Examen
1. Tijdsschema
1.1 Schoolexamen
- Het schoolexamen wordt gedurende één periode afgenomen.
- Het moment van afname van de schoolexamens wordt in overleg met de vakcoaches
bepaald. - Alle E-onderdelen die in het PTA staan, tellen mee voor het schoolexamen.
2. Toetsen die behoren tot het schoolexamen
2.1 Profielwerkstuk (geldt niet voor vmbo-basis en vmbo-kader)
In de examenperiode wordt gewerkt aan het profielwerkstuk. Het profielwerkstuk moet met een
voldoende/goed worden afgesloten.
2.2 Praktische opdrachten
Bij het uitreiken van de praktische opdracht wordt door de docent schriftelijk bekend gemaakt welke
eisen gesteld zijn en wat het inlevermoment van de opdracht is.
Iedere praktische opdracht die niet in één dag helemaal wordt afgerond, kent minstens twee
beoordelingsmomenten. Op basis van datgene wat gereed is op de afgesproken
beoordelingsmomenten wordt het cijfer gegeven.
3. Inhalen en herkansen
3.1 Inhalen
Indien een kandidaat een onderdeel van het schoolexamen door een geldige reden gemist heeft,
wordt de kandidaat in de gelegenheid gesteld dit onderdeel van het schoolexamen zo spoedig
mogelijk in te halen.
Hierbij gelden de volgende regels:
- de kandidaat dient zich binnen 5 schooldagen na wettelijk geoorloofde afwezigheid te
melden bij betreffende examinator en een afspraak te maken met betrekking tot inhalen van
het gemiste schoolexamen of deel daarvan - de kandidaat dient binnen 10 schooldagen/ 2 weken na wettelijk geoorloofde afwezigheid
het gemiste schoolexamen of deel daarvan in te halen - Op het moment dat een leerling zich niet aan bovenstaande regels houdt, treed artikel 10 uit
het examenreglement in werking en is de examencommissie aan zet. - Voor de uitgebreidere regeling omtrent herkansing en inhalen wordt verwezen naar het examenreglement en het PTA per vak.
3.2 Herkansingen
Een leerling mag in totaal vier herkansbare schoolexamens herkansen. Hierbij geldt dat het hoogste
punt telt. In het PTA staat vermeld welke schoolexamens herkansbaar zijn.
Voor de B- en K-leerlingen geldt dat een leerling bovenop de reguliere herkansingen altijd één
herkansing van een keuzedeel en één herkansing van een profieldeel mag inzetten. Hierbij geldt dat
het hoogste punt telt. In het PTA staat per vak vermeld welke onderdelen herkansbaar zijn.
Voor GT-leerlingen geldt dat een leerling bovenop de reguliere herkansingen één keuzedeel of
profieldeel mogen herkansen. In het PTA staat per vak vermeld welke onderdelen herkansbaar zijn.
In bijzondere gevallen kan de examencommissie (rector, betreffende teamleider en
betreffende examinator) een extra herkansing van een werk toestaan.
4. Centraal examen
4.1 Zak-/slaagregeling vmbo
1. De kandidaat die examen vmbo heeft afgelegd en al zijn eindcijfers heeft behaald is geslaagd,
indien hij:
a. voor alle vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald
b. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor
zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of
c. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor
zijn overige examenvakken ten minste één keer het eindcijfer 7 of hoger en voor de
rest van de vakken een 6 of hoger
d. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige
examenvakken ten minste één keer het eindcijfer 7 of hoger en voor de rest van de
vakken een 6 of hoger.
e. geen enkel eindcijfer afgerond lager dan een vier heeft gehaald.
2. In aanvulling op het eerste lid geldt tevens dat voor de vakken lichamelijke opvoeding en CKV
de kwalificatie "voldoende" of "goed" is behaald. Bij een ‘onvoldoende’ voor LO is deelname
aan het centraal examen uitgesloten.
3. Het eindcijfer voor het voor alle leerlingen verplichte vak maatschappijleer 1 telt mee voor
de zak/slaagregeling.
4. Voor alle vakken op het centraal examen (CE) moet gemiddeld een voldoende (min 5,5)
worden gehaald.
5. Het eindcijfer van het vak Nederlands is niet lager dan een 5.
6. Op dit moment geldt dat de rekentoets niet meetelt in de uitslagbepaling van het examen.
Berichten vanuit het ministerie zijn uiteindelijk leidend hierbij.
7. Het PTA LOB heb je met een voldoende afgesloten.
8. Bij de beroepsgerichte vakken geldt: de afgeronde cijfers van de vier of vijf keuzevakken
worden opgeteld en gedeeld. Dit levert het combinatiecijfer op. Het combinatiecijfer telt als
één eindcijfer. Een onderliggend keuzevak mag geen eindcijfer hebben lager dan een 4.
9. Het niet afgeronde schoolexamencijfer van de profielvakken wordt samen met het niet
afgeronde CSPE-cijfer het eindcijfer. Daarna vindt pas de afronding plaats. Dit cijfer telt als
één eindcijfer.
4.2 Zak/slaagregeling havo-vwo
1. De uitslagbepaling ‘geslaagd’ of ‘niet geslaagd’ is gebaseerd op de eindcijfers van alle vakken,
inclusief het combinatiecijfer (havo en vwo). De bandbreedte van de cijfers is 1-10.
2. Het eindcijfer van elk examenvak komt tot stand door de volgende formule: gemiddelde
cijfer van de schoolexamens (gewicht 50%) + cijfer centraal examen (gewicht 50%) =
Eindcijfer examenvak
Het gemiddelde cijfer van de schoolexamens bij een vak is gebaseerd op de cijfers van de
afzonderlijke schoolexamens die in het (voor)examenjaar worden afgenomen. De gewichten
per schoolexamen zijn bij elk vak zichtbaar in het PTA. Het gemiddelde cijfer van de
schoolexamens wordt afgerond op één cijfer achter de komma. Voor examenvakken
waarvoor geen centraal examen is, is het op een geheel cijfer afgeronde gemiddelde
schoolexamencijfer ook het eindcijfer voor het examenvak.
Het cijfer centraal examen is het cijfer dat de leerling heeft behaald voor het centraal examen
in dat vak. Het cijfer centraal examen wordt afgerond op één cijfer achter de komma.
Het eindcijfer van een examenvak wordt afgerond op een geheel cijfer.
De tot stand koming van uitslagbepaling voor de nieuwe beroepsgerichte programma’s BK en
de gemengde leerweg T staat beschreven in het PTA vmbo BKT-3/4
3. Het combinatiecijfer bij havo en vwo komt tot stand door de volgende formule, waarbinnen
elk onderdeel in verhouding even zwaar weegt: cijfer profielwerkstuk, gemiddeld cijfer
maatschappijleer en het gemiddeld cijfer CKV. Als een leerling vrijstelling heeft voor een
onderdeel, weegt het niet mee.
4. Op havo en vwo is er voor het vak LO geen cijferoordeel, maar een kwalificatie onvoldoende,
voldoende of goed. Bij een ‘onvoldoende’ voor LO is deelname aan het centraal examen
uitgesloten.
